Geschiedenis van korenmolen de Weert Meppel

Meer dan 20 molens sierden ooit de stad Meppel en op grote afstand was al te zien dat er in deze plaats een grote bedrijvigheid heerste. Korenmolens, houtzaagmolens, oliemolens en eek- of runmolens waren dagelijks in de weer. Windkracht was immers een goedkope energiebron.

Bedrijvigheid rond De Weert - circa 1935 Molen "De Weert", gelegen aan de noordzijde van het riviertje de Reest, is volgens de gevelsteen gebouwd in 1807. Vroeger stond de molen op Staphorster grondgebied. Door de uitbreiding van de gemeente Meppel kwam dit gebied onder bestuur van Meppel.

Deze molen, ook wel bekend onder de naam Eekmolen, was de belangrijkste eek- of runmolen voor de leerlooi industrie in Meppel. Het was een achtkantige stellingmolen op een stenen onderstuk. Aanvankelijk was de Weert ingericht als run- en pelmolen. Later is er een koppel maalstenen bijgekomen. Rond de molen bevonden zich drie houten schuren. Zij dienden oorspronkelijk voor de opslag van eikenschors.
In 1825 was de molen in het bezit van Dassen en Tenwolde. Na de dood van Albertus Dassen werd het bedrijf enige tijd voortgezet door zijn weduwe. Omstreeks 1860 kwam deze stellingmolen in het bezit van Abraham Roelink. Hij kreeg op 19 februari 1862 een vergunning van Gedeputeerde Staten van Overijssel om de run- en pelmolen tevens in te richten voor het malen van graan. Na Roelink werden achtereenvolgens W.T. Eilerts, de Haan, L. Pasman en uiteindelijk E.P. Pasman eigenaar (Pasman's molen). Als laatste was de molen in het bezit van de familie Haandrikman. Molen de Weert met de houten brug over de Reest - circa 1935
De sloop van de molen - 1937 Het einde van de molen kwam in de dertiger jaren van de vorige eeuw. De vraag naar gemalen eikenschors nam sterk af en ook de oprichting van de Co÷peratieve Landbouwbank haalde veel werk bij de molen vandaan. In de laatste jaren van het bestaan werd met drie koppels stenen gewerkt. Een koppel voor het vermalen van granen bestemd voor menselijke consumptie, een koppel voor het malen van veevoer en een koppel blauwe schorsstenen.

Er werden heel wat pogingen ondernomen vanuit de Meppeler bevolking om de molen toch te behouden. Lees hier het gedicht dat begin 1937 in de Meppeler Courant stond. Het vertolkte de toen levende gevoelens onder de mensen.

In 1937 werd de molen stilgezet. Hoewel de molen op dat moment nog in goede staat verkeerde, werd hij wegens de hoge onderhouds- en verzekeringskosten in dat jaar grotendeels afgebroken. De houten schuren werden gesloopt en het enige wat overbleef was de stenen onderbouw... De molenas ligt op de grond...