De molen
Molen “De Weert” is oorspronkelijk gebouwd in 1807 als eek- of runmolen. (Eken is het malen van eikenschors t.b.v. de leerlooierij). Later is de molen ook geschikt gemaakt voor het malen van
graan. Door de concurrentie van stoommachines vanaf ca 1900 en later verbrandingsmotoren was het gebruik van windmolens niet meer rendabel. De meeste molens zijn in die tijd ontmanteld en
gesloopt. In Meppel hebben ooit 25 molens gestaan. Molen “De Weert” is rond 1935 buiten gebruik gesteld en toen is ook de bovenbouw afgebroken. Alleen de stenen onderbouw is blijven staan.
De herbouw
In 1992 is door een initiatief uit de samenleving een stichting opgericht met het doel om van molen “De Weert” weer een maalvaardige molen te maken. Doordat er gebruik kon worden gemaakt van de
vrijgekomen “achtkant” van de Schuilenburger molen in Hellendoorn, heeft de molen de status van monument gekregen, waardoor het eenvoudiger werd om subsidie voor de herbouw te
verkrijgen. In 1999 was de herbouw voltooid.
Het gevlucht
De wieken van de molen wordt in de molenwereld “Het gevlucht” genoemd. De wieken zijn elk 10,40m lang. Ze zijn voorzien van houten fokken om meer wind te vangen. Door de zeilen over de wieken te
spannen kan de windoppervlakte vergroot worden.
De einden van de fokken zijn uitgevoerd als remklep. Als de molen te hard draait dan gaan door de centrifugaalkracht de kleppen openstaan en fungeren dan als rem, zoals de kleppen van een
vliegtuigvleugel.
De roeden van de wieken zijn van staal gemaakt, waardoor de molen, door de grote hoogte van de opstaande wiek erg kwetsbaar wordt voor blikseminslag. Als de molen stilstaat worden de wieken
daarom altijd aangesloten op de bliksemafleiding.
Het kruiwerk
Als de wind van richting verandert moet ook de molen draaien. Molen “De Weert” is een bovenkruier, d.w.z. dat alleen de kap kan draaien. Met het zgn.” kruirad” aan de “staart” van de molen kan
m.b.v. kettingen de kap t.o.v. de onderbouw verdraaien. De kap met molenas, wieken en alle “tandwielen” weegt 22000kg. De houten kap glijdt over houten klossen. Het glijvlak wordt gesmeerd met
reuzel. Als het smeren niet tijdig gebeurt is het kruien een zware klus.
De vang
De vang is een remconstructie waarmee de molen stilgezet kan worden. Op de (bijna) horizontale wiekenas zit het “bovenwiel” waarmee de beweging van de wieken via de “bonkelaar” wordt overgebracht
op de vertikale as van het “spoorwiel” . Om dit bovenwiel is een stalen band geplaatst die kan worden aangespannen, waardoor het hele mechanisme tot stilstand komt. Dit aanspannen gebeurt door
een groot gewicht aan de band te hangen. Dit gewicht kan worden gemanipuleerd met de “vangstok”, die bij de staart uit de molen steekt.
De molenbiotoop
Een molen kan alleen goed draaien als de wind niet belemmerd wordt door omliggende bebouwing of begroeiing. De “Biotoop” van molen “De Weert” is matig, omdat er in jaren dat de molen geen
molen was aan veel zijden gebouwen zijn geplaatst. Alleen zuidwestenwind kan de molen vrij bereiken.
De molenwielen
Door de beweging van de wieken wordt d.m.v. tandwielen en assen ook de molensteen in beweging gebracht. Het grote “Spoorwiel” boven je hoofd wordt door de wiekenas aangedreven via het
“Bovenwiel” en de “Bonkelaar” (deze zijn niet zichtbaar). De “Maalstoel” wordt in werking gesteld door de kammen van het spoorwiel en de staven van het “Rondsel” in elkaar te laten grijpen.
Met de “Steenspil” wordt de bovenste steen aangedreven. Door de verhouding van de diameters van de verschillende wielen draait de steen ongeveer drie keer zo snel als de wiekenas.
Het steenkoppel
De hier toegepaste stenen zijn deels van natuursteen en deels van beton. De draaiende steen, de “Loper”, weegt 1200kg. De onderste steen, de “Ligger” , is aan de bovenzijde een beetje hol,
zodat er voor de korrels ruimte is om tussen de stenen te komen. In de stenen zitten groeven, het “Scherpsel”, die er voor zorgen dat de graankorrels niet gaan rollen, maar breken. De
stenen moeten regelmatig worden schoongemaakt. Daartoe worden de steenspil en de “Steenkuip” verwijderd, de bovenste steen opgetild met de “Steenkraan” en naast de steenkuip neergelegd. De
groeven worden uitgeborsteld.
Een enkele keer moeten de groeven uitgediept of “gebild” worden. Dit gebeurde vroeger met een “Bilhamer”. Tegenwoordig hebben ze daar een machine voor.
Het luiwerk
Het graan wordt aangevoerd in zakken van 20kg of 25kg. De zakken worden naar boven gehesen m.b.v. windassen. Door een touw om een draaiende as te laten opwinden worden de zakken opgehesen.
Dit heet het “Luiwerk”. Als er voldoende wind is, wordt de door het spoorwiel aangedreven as gebruikt. Is er geen wind, dat moet er met handkracht gelui’d worden.
De pletter
Door de tarwe eerst te breken of te “pletten” , kost het malen minder energie. De molen kan dan malen bij minder wind en het malen gaat sneller.
De tarwe
er worden twee soorten tarwe gemalen. De in Nederland verbouwde tarwe is minder geschikt voor het bakken van brood omdat het nederlandse klimaat te nat en te koud is (zeeklimaat). Meel van tarwe
die verbouwd is in een landklimaat (droge hete zomers) rijst beter. Voor alle producten waarbij het deeg of beslag niet hoeft te rijzen is de Nederlandse tarwe uitstekend te gebruiken.
Het maalproces
De tarwe die gemalen moet worden wordt in de “Kaar” gegooid. Via de “Schudbak” wordt de tarwe gedoseerd in het “Kropgat” tussen de stenen gegoten. Het meel komt aan de buitenzijde tussen de
stenen vandaan en wordt verzameld in een stortkoker waaruit het op de meelzolder wordt opgevangen.
Het meel
Het meel dat uit de stortkoker komt bevat alle delen van de tarwekorrels en heet daarom “Volkorenmeel”. Hiervan wordt volkorenbrood gebakken. Voor andere producten dienen de grovere delen uit het
meel gezeefd te worden. Wat er overblijft is “Bloem”. De fracties die uitgezeefd worden zijn “Griesmeel” en “Zemelen”. De zemelen zijn de velletjes van de korrel. Het griesmeel bestaat uit
meeldeeltjes die die niet helemaal vermalen zijn en stukjes zemel en kiemen.
De buil
Het zeven van het meel wordt “builen” genoemd. Het woord buil verwijst naar het woord buidel wat zak betekent. Vroeger builde de molenaar een deel van het meel. Het volkorenmeel werd dan
in een grof geweven zak gedaan waarna de zak langdurig werd geschud. Tussen de kleine gaatjes van het weefsel van de zak kwamen alleen de allerfijnste delen uit het meel. De zemelen en het gries
bleven achter in de zak. Nu gebruiken we daar de electrisch aangedreven buil voor.
De kleine maalstoel
Omdat er niet altijd voldoende wind is en er tocht gemalen moet worden voor de klanten, is er een electrisch aangedreven “Maalstoel” geplaatst.
De mixer
De speciemolen die hier is opgesteld wordt gebruikt om verschillende meelsoorten te mengen voor specifieke toepassingen, zoals pannenkoekenmeel, kruidkoekmix en cakemeel.
In de winkel
Wat verkopen we
Naast de producten die in molen “De Weert” worden geproduceerd, zoals pannenkoekenmeel, kruidkoek etc. verkopen we ook andere producten en souvenirs. Het volledige assortiment is te vinden op de
prijslijst of in de winkel.
Wij hopen dat u een goed beeld hebt gekregen van wat er op onze mooie molen gebeurt. Het werk wordt allemaal gedaan door vrijwilligers. Er zijn
geen betaalde krachten. De inkomsten worden volledig gebruikt voor de instandhouding van dit stukje erfgoed. Als u wilt steunen kunt u dat doen door:
- een financiële bijdrage in één van de bussen te deponeren
- producten te kopen in de winkel.
Voor meer informatie bezoek onze website www.MolendeWeert.nl